Het Nieuwpoort van Hendrik Geeraert 1863-1925

Opmaak website Etienne Heyde van tentoonstelling in de bibliotheek Nieuwpoort door Chantal Bekaert

Onder hevig protest werd in 1861 gestart met het afbreken van de versterkingen.

“1861- Door het nieuw oorlogstelzel in ons land worden de sterkten onnodig bevonden. … Onze schoone aldersterkste vesting, zoo schoon rond beplant met duijzende boomen is ook in ongenaede gevallen” Beschryving der stad ende haven van Nieuport in het graefschap Vlaenderen…/ Rybens Joannes en De Roo Thomas, vader en zoon.

Na het vertrek van het garnizoen, werden in 1863 de overgebleven militaire gebouwen aan de stad overgedragen.

Het jaar 1863 zag de verdere afbraak van de vestingen.

“Ook zijn zij beginnen af te breeken het steenen fort n° 6 geleegen langs de oude Veurnevaerd bij de herberg de Ark van Noë. Langs daar word den weg naer Veurne en Oostduijnkerke veranderd.

“Den 8 dito [december] heeft onze regeering aenbesteed het afbreeken der oude vestingsmuren geleegen ter Oostzijde der stad, tusschen de Jper en Dunkerke poort…

Daer zien wij ons sterk stadje, het schoonste van Belgien, in een dorp veranderen die van onze voorouders tegen de Franschen zoo verdeedigd heeft geweest en nu blootgesteld aen alle invallen en strooperien.”

  Vestingen tussen 1818 -1822.

1863, geboortejaar van Hendrik Geeraert.

Op de vooravond van haar zevende eeuwfeest verloor Nieuwpoort haar garnizoen. Met slaande trom trok het 3e Bataljon van het 11e Regiment Voetvolk de poorten uit naar zijn nieuwe kwartieren: die donderdag 11 september 1862 werd als een sombere dag in de kroniek van de stad ingeschreven. De Nieuwpoortenaren voelden het verlies van hun soldatengarnizoen als een vernedering aan. Ze waren er weliswaar op voorbereid want jarenlang hadden ze officieren horen klagen over de ongezonde lucht van de streek, die de ‘polderstier’ (polderkoorts) in 't leger bracht. En sedert drie jaar hadden ze de vestingwerken front voor front en de kazernes blok voor blok zien afbreken. Een fatale slag voor een stad die in 1863 honderd van haar inwoners zag wegtrekken. Nieuwpoort telde toen nog 3593 inwoners.

De stenen vuurtoren, de Vierboete, die vanaf 1858 werd gerestaureerd, kreeg in 1862 een olielamp die bovenop de torenspits gemonteerd was. Dit licht werd op 1 januari 1863 voor het eerst in werking gesteld.

“Den 1en januarij, met den vroegen morgen lieten de klokken en beijaert zig hooren om aen te kondigen het feest ter inhuldiging van ons loots-wezen en nieuw zeevuer op onzen ouden vuertooren.”

Uit Beschryving der stad ende haven van Nieuport in het graefschap Vlaenderen… / Joannes Rybens, Thomas De Roo (vader en zoon)

In datzelfde jaar leek de aanleg van de spoorweg tot in Nieuwpoort echt te zullen gebeuren.

“Den 22 meij [1863] is de goede tijding aangekoomen per telegraaf dat den gevraegden ijzeren weg te Nieuport door de kamer der volks-vertegenwoordigers aengenomen is.”

In 1868 werd de spoorlijn tussen Diksmuide en Nieuwpoort in gebruik genomen.
Henricus Augustinus Geeraert werd geboren op 15/07/1863 in de Langestraat (nr 40).

Hendrik Geeraert werd op 15 juli 1863, om 7 uur ’s morgens, in de Langestraat 40 geboren.
Zijn ouders woonden in de Hoogstraat. Moeder Geeraert werd, bij het breken van de vliezen, in allerijl naar het weeshuis gebracht. Daar was er een bevallingsfaciliteit voorzien.

Vader Augustinus Geeraert  was toen vertrokken naar de “groote vischvangst op IJsland”. Moeder Anna Veranneman was huishoudster en verdiende bij als kantwerkster. Later werd vader Geeraert schipper op de binnenvaart en op latere leeftijd werkte hij aan de Stad Nieuwpoort, bij de groendienst en de wegenis.

Augustinus overleed op 19 november 1917 in Frankrijk. Moeder Anna stierf in het ouderlingengesticht in Nieuwpoort, op 27 september 1921.

Hendrik Geeraert huwde in 1887 met Melanie Jonckheere. Ze kregen acht kinderen die allen op verschillende plaatsen in Frankrijk geboren werden daar hun vader schipper was. Geeraert was een eenvoudige man die met moeite zijn naam kon schrijven, maar wel een eigen taaltje sprak: een samenraapsel van West-Vlaamse, Picardische en Duitse woorden.

Hendrik en Melanie leefden reeds gescheiden bij het uitbreken van de oorlog.

Na 1918 woonde Geeraert achtereenvolgens:

In 1924 werd hij ziek overgebracht naar het Sint-Juliaansinstituut te Brugge.

Het oudemannenhuis en weeshuis in de Langestraat, eind 19de eeuw.
 

Het weeshuis.
Kaart in 1902 verzonden.

Lossen van kolen aan de handelskaai.
De N.V. Handel en Scheepvaart voerde voor eigen rekening Engelse kolen in. De Nieuwpoortse uitvoer was grotendeels in handen van deze N.V.
Aan de overkant lag de oesterkwekerij van Hadewijck.
In 1913 was de Nieuwpoortse vloot opgeklommen tot 37 eenheden, en dit vooral door de aanwezigheid van de boten uit De Panne.
  Haringboot van de firma Carbonnez, Calcoen, Billiau & Co.
De houten kaai geraakte erg vervallen en in 1862 besloot men die over een lengte van 130 meter te vervangen door een kaai in arduinstenen.

De houten kaai geraakte erg vervallen en in 1862 besloot men die over een lengte van 130 meter te vervangen door een kaai in arduinstenen.

De vissersfamilies woonden vooral in het centrum van de binnenstad: Hoogstraat, Langestraat, Ankerstraat, Schipstraat, St-Jacobstraat. Indien de vissers eigenaar van hun huis waren, waren die meestal in de Hoogstraat gelegen.

Tot in 1914 bestonden de poortjes van Nieuwpoort. Die “poortjes” waren kleine binnenkoeren met enkele armzalige krothuisjes er rond. Zo had je het Poortje van Hoera en het Poortje van “Eusenie” Gryse in de Sint-Jacobstraat. Dit laatste poortje werd ook wel “’t poortje van de dronkaards” genoemd. Eugenie Gryse was vroedvrouw en verkocht , als bijverdienste, druppels aan de vaders die haar kwamen halen “als ’t gang was”.

Het Poortje van de Gouden Leeuw was in de Langestraat gelegen.
Ook het Begijnhof (waar sedert lang geen begijntjes meer woonden), was een soort poortje [Hoogstraat] geworden, verhuurd aan arme gezinnen.

Overlevering van een bewoner uit de Nieuwpoortse poortjes, van vóór 1914.
Opgeschreven door J. Beun.
Hoogstraat richting Kaai, 1912.
Hier woonde een bakker, een bier- en wijnaftapper, een kleermaker en drukker Lammens die het Nieuwsblad van Nieuwpoort en kanton drukte.
Ankerstraatje, tussen Hoogstraat en Kokstraat.
  Ankerstraatje.
In de Kokstraat stonden huisjes bewoond door schuitenvissers en arbeiders.
Sint-Jacobstraat.

Een tijdelijk voordeel van de ontmanteling van de vestingen was de groeiende werkgelegenheid. Ook het ontstaan en ontwikkeling van Nieuwpoort-Bad bracht wat werk mee.

De Stad haalde ook voordelen uit de ontmanteling. In 1863 verkreeg Nieuwpoort alle militaire gebouwen (de arsenalen, de kazernen, de Sint-Laureinstoren [Duvetorre], …)

In 1900, slaagde burgemeester De Roo erin de Staat te overhalen om de vrijgekomen gronden over te maken aan Nieuwpoort. Gedurende vele jaren zou de verkoop van die gronden een regelmatige bron van inkomsten voor de stadskas zijn. Elke verkoop ging gepaard met een bouwverplichting. Er werden mooie huizen gebouwd, vooral langs de De Roolaan, de Onze-Lieve-Vrouwstraat en de Duinkerkestraat. Voor de eerste keer in eeuwen begon Nieuwpoort uit te breiden.

Er ontstonden nieuwe wijken o.a. rond de Sassen en aan de Coupe Gorge.

In de eerste jaren van de 20ste eeuw werden de voetpaden aangelegd en kwamen er riolen. De kaaimuur werd verhoogd om verdere overstromingen te vermijden. De straten werden met gaslampen verlicht.

Toen telde Nieuwpoort nog een zestal brouwerijen. Men had een gasfabriek langs de Veurnevaart. Langs dezelfde vaart stond een sprotfabriek. De zagerij in de Sint-Jacobstraat had meer vraag dan ooit.

Aan de overkant van de haven lagen de bekende oesterputten en een scheepswerf.

 

De molen van Pieter Pareyn, aan de Arkebrug (hoek Pelikaanstraat) was de laatste molen te Nieuwpoort. Hij werd in 1882 afgebroken.

1911.
50 jaar na het afbreken van de vestingmuren en poorten, groeide Nieuwpoort langzaamaan buiten die voormalige "grenzen".
  Foto vanop de Duvetorre genomen.
Het oefenplein met onderaan één van de oude arsenalen (latere Bommevrij).
 
Boulevard   Rond Nieuwpoort
Zicht op de kaai, vanuit de Redan (overzijde Kaai)
  Coupe George

Wandeling rond Nieuwpoort: einde 19de en begin 20ste eeuw.

  Waar nu de Astridlaan en de Parklaan lopen, kwam er in 1868 een spoorlijn en station in de toenmalige Westlaan te liggen.
Stationsplein aan de Westlaan. Hoek Langestraat.  
 

De Roolaan, genaamd naar burgemeester Willem De Roo (1884 tot 1909), verving de benaming “De Vesten”.

Hoek De Roolaan - St. Sebastiaanstraat.

 
 

De Duvetorre en de arsenalen.

Potterstraat.  
Langestraat: het stadhuis.
 
Op het gelijkvloers bevond zich het politiebureau en sinds 1795 het vredegerecht. Naast de administratieve diensten van de stad waren het museum van volkskunde en folklore en het archief hier ondergebracht. In het aanpalend gebouw had men beneden de woning van de politiecommissaris en de verhoorzaal van het vredegerecht. Op de eerste verdieping bevond zich de stadsbibliotheek, Boekerij Monnié.
 
  Langestraat: De gevangenis of het oude gijselhuis.
 
Op de zolder bevonden zich twee grote kooien gemaakt met eiken balken en planken waarvan de zware deuren voorzien waren van grote grendels en sloten.
Tegenover het stadhuis, op de hoek van de Marktstraat, werd in 1900 het postgebouw gebouwd.

Langestraat:  op de hoek met de Hoogstraat was “Espérance”  tot in 1834 een privé gebouw. Daarna bekwam de eigenaar Jozef De Brauwere, de toelating om het huis als brouwerij in te richten onder de naam “Espérance”.

 
  Langestraat: de gevangenis, in de volksmond "Hotel de Tombelle" genoemd naar Rabaye Tombelle die daar geboren werd en die ooit dienst deed in Mexico onder Maximiliaan van Oostenrijk.

Oostendestraat: Duynenhuys (Huis van Albrecht en Isabella).

 
  Het Duynenhuys-Hotel.
Markstraat, richting Markt.  
 

Markstraat, richting Oostendestraat en Kaai.
Begin 20ste eeuw werden er voetpaden aangelegd.

Kerkstraat, richting beiaardtoren.
Kruispunt met de Kok- en Duinkerkestraat.
 
 

Valkestraat.
Tot in 1914 stond hier een oud en versleten gebouw met opschrift “A la rhétorique”. Het was een herberg met toneelzaal en het lokaal van de Koorzangers. Aan dit gebouw paalde een ander gebouw, genaamd
“ Willemsfonds”. Thans "de City".

Recollettenstraat.  
  In de volksmond "Het Zwienemartje", het huidige H. Geeraertplein. Rechts, de pastorie en enkele vissershuisjes.
Dit schilderachtig hoekje werd ook "Coin des artistes" genaamd.
Markt, tussen de stadshalle en de beiaardtoren, stonden tot 1914, een winkel en een viertal herbergen.  
  Markt, hoek Markt- en Potterstraat.
Rechts: de eerste gebouwen van het Sint-Bernarduscollege.
Een marktdag vóór de Eerste Wereldoorlog.  

Eind 19de en begin 20ste eeuw zag het sluizencomplex er heel anders uit dan vandaag.  Om te beginnen is er geen Langebrug. Alle verkeer van Nieuwpoort naar Oostende moest over de sluisbruggen.

Net voor het uitbreken van de oorlog was Geeraert terug in Nieuwpoort beland. Hij was er goede klant van o.m. café L’Yser en De Loskaai. Zo kwam hij in contact met militairen.

Om de IJzerlinie te allen prijze te behouden, wilden de militairen de polder ten noorden van de IJzer onderwater zetten. Ze waren echter niet vertrouwd met de plaatselijke toestand.

Geeraert, 51 jaar oud, stelde zich op 21 oktober 1914, uit eigen beweging, ter beschikking van het Belgische leger om te helpen bij de onderwaterzetting van het gebied tussen de spoorweg Diksmuide-Nieuwpoort en de Westoever van de IJzer.

Gans de oorlog bleef hij bij de genie-eenheid Compagnie des Sapeurs-Pontonniers die de waterwerken bediende en onderhield.

In het bezoekerscentrum Westfront verneem je hoe de onderwaterzetting van de poldervlakte de Duitse invasie tot staan bracht. Een verhaal over de kracht van het zeewater en het slim dirigeren van sluizen en sassen.

 

De sluizen vóór 1914.
Sluishuis tussen het Iepersas en het Springsas.

Aan de Sluizen.
Let op het bordje OP STAP -AU PAS, voor de paardenkarren.
 
 
Aan de sluizen    
Onderwaterzetting 21 oktober 1914.
  Hendrik Geeraert aan de sluizen.
  Onderwaterzetting
 
Lt. Calberg, Geeraert en X.  
 
Vernielde sluizen tijdens de Eerste Wereldoorlog.    

Al heel snel na de oorlog rees de vraag wat men met de ruïnes in Nieuwpoort zou aanvangen.

Het grootste probleem vormde echter het tijdelijke huisvesten van de terugkerende Nieuwpoortenaars en van het werkvolk dat ingezet werd voor de herstelling van o.a. de sluizen.

Het Koning Albertfonds beloofde de stad 500 noodwoningen, in de volksmond “barakken” genoemd.
Na de jaarwisseling 1919-1920 kwam er schot in de bouw van de “barakken”. Eind januari 1920 stonden er al een honderdtal.

Op stadsgronden mochten er enkel barakken opgetrokken worden buiten de vroegere woonkernen:

Ook Geeraert kreeg een noodwoning toegewezen in de Willem De Roolaan.

Op 12 februari 1921 kon de wederopbouw eindelijk echt van start gaan.
Nieuwpoort werd in feite niet herbouwd als “landelijk polderdorp”; zoals het vroeger was; maar als volwaardige stad.

Het heropgebouwde stadsbeeld verschilde grondig van het vooroorlogse, dat men als voorbeeld had gesteld. Nieuwpoort was herrezen uit het puin en nog “schoner” dan het ooit was geweest.

Panorama van Nieuwpoort omstreeks 1920.
Een brug t.o.v. de Ieperstraat verving de rondweg om de sluizen.
(Geel omcirkeld) De barakken in de W. De Roolaan.
Panorama van Nieuwpoort omstreeks 1924.
Barakkenwijk op het Koerseplein (onderaan).
Omkaderd: de barakken in de W. De Roolaan.
  Barakken, W. De Roolaan.
 
De sluizen die in 1914-1918 een cruciale rol speelden werden zo snel mogelijk na de oorlog hersteld.
1923: Willem De Roolaan.  
  1923: De stadshalle en de Onze-Lieve-Vrouwekerk waren reeds herbouwd. Het stadhuis was in opbouw. Vooraan de ruïnes van de beiaardtoren.
1923: Klooster der Arme Klaren.  
  1923: Hoek Kaai- en Langestraat.
1923: Langestraat. Na de oorlog werd l’Espérance een museum.
Latere benaming: 't Kasteeltje en cultuurhuis.
 
  1923: Markt.
Het stadhuis verhuisde van de Langestraat naar de Markt.
1923: Langestraat.
In het midden: het Vredegerecht.
 
  1923: Havenstraat richting Kaai.
1923: Duinkerkestraat.  
  1922: Bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk.
Links: De ruïnes van de beiaardtoren.
De huidige beiaardtoren zou pas in 1951 gebouwd worden.

1923: Vredegerecht op de hoek Lange- en Oostendestraat.

 
  1923: Hoek Markt en Kerkstraat.
1923: Op de hoek van de Kerkstraat en de O.L.-Vrouwestraat werd het Hotel Den Nieuwen Pelikaan gebouwd.  
Panorama van Nieuwpoort omstreeks 1925.
Zicht op de Duinkerkestraat en achterzijde van de huizen in de W. De Roolaan.
  De stadshalle en het stadhuis omstreeks 1924.
    1924: Het Vredegerecht.
De RijksMiddenSchool (école moyenne) in de Arsenaalstraat.  
  1925: Hotel Fryns op de hoek van de Haven- en Langestraat.
Hendrik Geeraertplein.
Rechts: Herberg St. Pieters die vroeger tussen de stadshalle en de beiaardtoren, op de Markt, stond.
 
  Willem De Roolaan.

In oktober 1918 werd Hendrik Geeraert ziek naar het hospitaal te Rouen overgebracht waar hij één jaar verbleef. Bij zijn terugkeer, in 1919, stelde het stadsbestuur hem tot sasmeester aan.

Na de oorlog ontwikkelde zich het oorlogstoerisme in de “Verwoeste Gewesten”. Geeraert trad op als gids of zelfs als bezienswaardigheid. In een herberg bij de sluizen wachtte hij op de toeristen die op hem beroep wilden doen.

In december 1924 werd hij ernstig ziek opgenomen in het Sint-Julianus Godshuis te Brugge. Geeraert overleed er op 17 januari 1925, om 11 uur ’s morgens, op 61-jarige leeftijd.

Op 18 januari kwam Koning Albert het lichaam groeten.Volgens G. Demerre [dit blijkt efcter niet te kloppen] De plechtigheden te Brugge vonden plaats op 21 januari 1925. De lijkkist met de driekleur bedekt, stond in de voorhal van het Sint- Julianusgesticht opgebaard.

Begeleid door militaire eenheden, overheden, familie, vrienden en de muziekkapel van de 4de Linie werd de lijkkist op woensdag 21 januari met een koets buiten de stadspoorten gebracht. Om 14 uur kwamen de stoffelijke resten van H. Geeraert op het stadhuis van zijn geboortestad toe en werden ze geplaatst tussen de vele kransen in de raadzaal, die als rouwkapel ingericht werd.

Op donderdag 22 januari vond de plechtige begrafenis plaats. Een rouwgewaad hing rond de toegangsdeuren van het stadhuis.

De lijkkist werd naar buiten gebracht en op de lijkkoets geplaatst door de mannen van de stedelijke begrafenisdienst, in uniform. De koets werd door twee paarden getrokken.

Na de militaire eerbewijzen trok de stoet tussen een haag van schoolkinderen naar de kerk. Rechts waren de jongens opgesteld en links de meisjes.

Tijdens de rouwdienst in de Onze-Lieve-Vrouwekerk werden 3.000 rouwgedachtenissen uitgedeeld.

Na de rouwdienst trok de begrafenisstoet door de stad , over de sluizen voorbij de overlaat die Geeraert opendraaide, naar zijn laatste rustplaats op het kerkhof van St. Joris .

In 1959 werd het lichaam weer opgegraven en samen met negen oud-strijders bijgezet in een monumentaal graf, ontworpen door architect Ferdinand Schoup.

Centraal op het monument bevindt zich een portretmedaillon van Geeraert gemaakt door de Nieuwpoortse beeldhouwer Pieter Braecke.

  Overlijdensakte van Hendrik Geeraert: 17 januari1925
   
Rouwbrief en verzoek tot deelname aan de rouwstoet, uitgegeven door Stad Nieuwpoort.

 

 

 

Begrafenis te Nieuwpoort op 22 januari 1925.

De rouwstoet trekt vanaf het stadhuis naar de de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

 
Rouwstoet op de Markt, hoek Recollettenstraat.
Aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk.
Rouwprent
 
     
  Over de sluizen, richting kerkhof.
 
 
In 1959 werd het lichaam van Geeraert opgegraven en in een gezamenlijk monument herbegraven.
Het grafmonument stond aanvankelijk centraal op het kerkhof.
 

 

1 Café L'Eclusier in de P. Deswartelaan , na 1920.
Op de vensterbank prijkte een borstbeeld van Geeraert. Oorspronkelijk stond dit beeld in de nis aan de gevel van Café De Ganzenpoot.
2 Geeraert op het binnenschip Suzanne. Jaar onbekend.
3 Samen met andere oud- strijders van beide Wereldoorlogen werd het stoffelijk overschot van Geeraert op 12 november 1959 bijgezet onder het WO I monument Aan onze Helden.
4 Geeraert tijdens de oorlog met zijn ouders Anna Veranneman en Augustin Geeraert.
5 In het museum van geschiedenis en folklore werd een zaal gewijd aan de onderwaterzetting, Geeraert, Dingens en Cogge.
6 La Dernière Heur 25 01 1925
7 Paarden trekken binnenschip
8 Kaai.
9 Hendrik Geeraert op een binnenschip aan de sluizen, 1924.
10 La Dernière Heur 25 01 1925

webopmaak augustus 2026