VUURTORENS TE NIEUWPOORT

Laatste vuurtoren.

Laatste vuurtoren  

De huidige vuurtoren van Nieuwpoort op de rechteroever dateert uit 1949, maar heeft op diezelfde plaats twee voorgangers gehad.

De eerste dateerde uit 1883 en werd onherstelbaar beschadigd tijdens de Eerste wereldoorlog.

In 1923-1926 verrees een nieuwe toren.
Die werd op zijn beurt vernield tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Naar het model van de toren uit 1923-1926 werd na de oorlog de huidige opgetrokken.

In werkinggesteld 1949.
Cilindrische betonnen toren geschilderd in rood-witte banden.
Ligging: 51°09’19”6 NB en 2°43’43”9 OL
Hoogte: 28m
Karakter: twee rode flikkeringen over 14 seconden
Reikwijdte: 15 zeemijl (zeemijl = 1852m)
Eenpersoonswoning torenwachter vrij van de vuurtoren. 

De lichtinstallatie gemaakt volgens het principe van Fresnel, dateert nog uit 1923-1926. Deze uitrusting was namelijk in 1940 naar Parijs overgebracht en overleefde aldus de vernieling in 1944. Zij werkte oorspronkelijk op gas en werd naderhand op elektriciteit omgebouwd.
Met zijn rood-witte beschildering en zijn typische silhouet is de toren een uniek baken in de Nieuwpoortse duinen. Zijn silhouet dient tevens als logo voor de stad Nieuwpoort.

Bij de toren staat een woning voor de vuurtorenwachter.

De laatste vuurtorenwachter Mr Lucien Daneels heeft er gewoond van 1 december 1948 tot 1 oktober 1963 en heeft de huidige toren helpen inrichten.

  Woning bij de vuurtoren   Woning bij de vuurtoren

De toren is bereikbaar vanaf:

wandelweg naar vuurtoren   weg langs het reservaat   vuurtoren bereikbaar vanaf het strand
         
Nieuwpoort-bad met de overzet naar rechteroever, wandel naar het staketsel toe en neem de weg naar de vuurtoren.   de weg rond het natuurreservaat tot kort voor het staketsel en de weg naar de vuurtoren.   het strand over een passerelle gebouwd over de duinen.

De vuurtoren zelf is niet toegankelijk.

We brengen een bezoekje in de toren.

Met een trap komen we op een platform en aan de inkomdeur.

spiltrap  

We betreden een ruimte met de spiltrap van 115 treden. Deze brengt ons op een platform met 6 grote ramen met doorzichtig glas.

  ruimtr met zes ramen

Met een ladder van 8 treden geraak je van het platform met de zes ramen in de ruimte onder het lichthuis.


Vanuit deze ruimte kan men op het grote balkon. Een ladder met 6 treden brengt ons in het lichtruim.

  ladder met 8 treden

raam in de lichtkoepel


Het lichtruim heeft vaste vesters in wit glas aan de buitenkant en opendraaiende vensters van rood glas aan de binnenkant.

Rood glas aan de binnenkant omdat het licht moet rood schijnen om niet verward te worden met de vuurtoren van Duinkerke in Frankrijk die ongeveer het zelfde karakter heeft maar een wit licht.

De lichtkoepel is ongeveer 1,80 meter hoog en de zijden van de zeshoek zijn ± 1,20 meter breed. Dit alles is vervat in brons.
De lichtkoepel weegt ongeveer 150 kgr en draait in een kuip gevuld met kwikzilver. Deze draait zo licht dat je hem met de pink kan doen draaien.

Bij aanvang was als lichtbron een gaslamp.

 De draaibeweging van het licht werd dan verzorgd door een gewicht die aan een lange kabel in het midden van de toren naar beneden kon zakken en bij midddel van een mechanisme de koepel deed draaien.
De vuurtorenwachter moest bij gebruik het gewicht naar boven winden en los laten.

  gewicht   mechanisme voor de draaibeweging
       
  het gewicht   het mechanisme voor de draaibeweging

Het was de vuurtorenwachter die het licht aanstak en doofde.

De gaslamp werd vervangen door een elektrische lamp. Het licht kon nu aan- uitgeschakeld worden in de woning. Vroeger werd bij het uitvallen van het elektrisch net automatisch overgeschakeld naar gas. De vuurtorenwachter werd door een belgerinkel verwittigd bij het uitval en herstel van de elektrisch net. Hij moest dan het gewicht los laten om de draaibeweging in werking te stellen. Bij herstel van het electrisch net het gewicht uitschakelen en het terug naar boven winden.

De lichtkoepel.

lichtkoepel   lichtkoepel
Deze as staat onder de kuip en dus onder de lichtkoepel, hij dient om het geheel op de juiste voorgeschreven hoogte te brengen.  

Aandrijfmoter voor de lichtkoepel.
De lichtkoepel maakt 1 omwenteling in 14 seconden.

lichtkoepel   lichtkoepel

Lamp en reservelamp in de Fresnel-lens.
Bij defect van de lamp brengt een mechanisme de res-ervelamp op de goede plaats en stelt deze in werking.

 

Fresnel-lens met twee lenzen en spiegels.

Bovenaan de toren ziet men nog het ventilatie torentje om de verbrande gassen af te voeren bij het gebruik van de gaslamp. Die is dicht gemaakt wegens overbodig, het zand en vuil van de vogels die binnen woei.

Bij de op ruststelling van de torenwachter is de toren volledig geautomatiseerd.

lichtsensor  

Een lichtsensor regelt het aansteken en doven van het licht. Bij het uitvallen van het elektrisch net start automatisch een generator voor de stroomvoorziening zodat het licht blijft branden.

De generator is geplaatst in de kelder.

Op het Loodswezen word dagelijks het uur van aansteken en doven van het licht in een logboek genoteerd.

  stroomgenerator

Vuurtoren beschermd monument.

De vuurtoren is, net zoals zijn beschermde broer in Oostende, vanuit historisch en industrieel archeologisch standpunt belangrijk omwille van de betonnen structuur van direct na de Tweede Wereldoorlog en omwille van de bewaarde lichtinstallaties uit het interbellum.

Onderhoud.

Schilderen binnen en buiten in 1999.

vuurtoren in de stelling   vuurtoren in de stelling   vuurtoren in de stelling

Schilderen 2013

schilderwerken 2013   schilderwerken 2013   schilderwerken 2013

De laatste vuurtorenwachter van Nieuwpoort en de Vlaamse Kust.

In de 2e wereld oorlog hebben de Duitsers de vuurtoren vernietigd, er werd kort na het beëindigen van de oorlog een voorlopige metalen pyloon geplaatst in de omheining en daarop een lichtbaken.
In 1946 zijn ze begonnen met de constructie van de nu bestaande toren.
Lucien Daneels werkte als chef draaier in de atelier van de marine die het onderhoud deed van de vloot Mailboten en loodsboten.
In 1946 kreeg hij de door hem gevraagde functie van vuurtorenwachter te Nieuwpoort.
Hij woonde met zijn gezin in Bredene . Hij hielp bij het ineenzetten van het lichthuis en koepel. In 1948 begon zijn eigenlijke taak en het gezin verhuisde naar het huis die bij de toren gebouwd werd.
Hij was verantwoordelijk voor het ontsteken en uitdoven van het licht op de toren, het licht op de kop van de oostelijke pier, de misthoorn op dezelfde plaats en van het onderhoud van al deze zaken, ook moest hij kleine herstellingen uitvoeren, de gasflessen vervangen en de eventuele noodzakelijke bestellingen in Oostende plaatsen.
Er was geen kraantjeswater, wel een gestoken put met slecht water en een regenwaterput.
Het drinkwater moest gehaald worden met een kanister via de overzet naar het Loodswezen.
Gezien het domein van de vuurtoren afgesneden was door het kamp van Lombartzijde had iedere bewoner een speciale pas die er doorgang verleende.
Eventuele bezoekers en ook de briefdrager moesten aan het wachthuis een doorgangpas vragen en werd Lucien per telefoon gevraagd of de bezoeker mocht komen.
Alle boodschappen moesten ofwel via de overzet of via het kwartier.
De woning beneden bestond uit een salon, een eetkamer, een keuken en een gang, Er was ook een voordeur en een achterdeur, de wc was buiten zonder water.
Boven waren er 3 slaapkamers, een grote en 2 kleine. Er was geen badkamer.
In het begin waren het enkele vensters en als het stormde lag het zand op de tafel, moeder zette de eetborden op tafel samen met de pannen. Na een tijd hebben ze de vensters verdubbeld.
Het stadswater werd enkel gebruikt voor het klaarmaken van het eten en de afwas, de rest gebeurde met regenwater.
Het huis was stevig gebouwd maar met de storm van 1953 zijn de bewoners in de toren gaan schuilen.
Wanneer Lucien boodschappen deed moest hij dit melden aan het Loodswezen en er voor zorgen dat hij op tijd thuis was om de taken uit te voeren, er bleef steeds iemand thuis voor het geval er mist opkwam en het Loodswezen oordeelde dat de hoorn moest functioneren.
Bij verlof kwam er een vervanger en die sliep in het bijhuis.
De dochter ging middelbare school lopen per fiets in Nieuwpoort en moest dus telkens door het kamp met de nodige fluitconcerten erbij, wanneer het donker was vergezelde vader zijn dochter tot buiten het kamp en ging ze ook ophalen aan het wachthuis bij terugkomst.
Van tijd tot tijd oefende de vliegtuigen van Basis Koksijde in het bommen werpen en schieten op doelen die vooraan in zee lagen, toen, en bij het schieten met de kanonnen op luchtdoelen was er geen doorgang mogelijk en moest er gewacht worden zowel om het domein te verlaten of om binnen te komen. Lucien droeg zijn pas aan een lintje rond zijn hals want in de jaren vijftig kwam de Belgische Marine er een basis vestigen en werd er een schildwacht geplaatst aan het weggetje die naar de toren leidde. Lucien werd op pensioen gesteld in 1963 en werd de toren geautomatiseerd.