VUURTORENS NIEUWPOORT

Geschiedenis de grote vierboete

Friede LOX & Johan TERMOTE

  plaats vierboete  
  Kromme Hoek (foto F.Lox)  

Deze drie loofbomen - 1 linde, 2 populieren - staan op de Kromme Hoek, een kunstmatig schiereiland in de havengeul van Nieuwpoort. Eens prijkte op deze plaats de Grote Vierboete, één van de twee vierboeten van de haven van Nieuwpoort.

vierboete  

De Grote Vierboete

De naam “Vierboete” is een verbastering van het Franse "Bouter le feu", wat zoveel betekent als aansteken of aanwakkeren van het vuur.

De Nieuwpoortse ‘Grote Vierboete’ werd gebouwd in de late 13de - begin 14de eeuw, de periode dat de Duitse Hanze onder leiding van de stad Lübeck maritieme contacten aanknoopte met de Vlaamse steden. De Vlaamse handelaars moesten wel zorgen dat de koggen van de Duitse Hanze zonder al te veel moeilijkheden langsheen die verraderlijke Vlaamse zandbanken de weg naar een veilige haven vonden.
Aan die nood van de Hanze-scheepvaart kwam Nieuwpoort als voorhaven van de lakenstad Ieper en het achterliggende gebied tegemoet met de bouw. De datering is dus niet zeker. Een 16de -eeuwse kroniek spreekt van 1284, wat niet in tegenspraak is met archeologische gegevens. De vroegst bewaarde vermelding van het bouwsel dateert pas uit 1309(1). De Grote Vierboete was dan ook vermoedelijk de eerste bakstenen vuurtoren van de Europese kust.

De Grote Vierboete, opgetrokken in gele bakstenen van een groot formaat (26/26,5/27 x 12/12,5/12 x 6/6,5/6,5 cm), rustte op een zeshoekige plattegrond met zijden van 3,95 m breed. De binnenzijde vormde een cilinder met een diameter van 5,45m. De muurdikte bedroeg alzo van 0,75/1,3 m dikte.  In oorsprong was de vuurtoren 20 m hoog. Het platform waarop gestookt werd was toegankelijk via een bakstenen trap tegenaan de binnenmuur. Deze trap rustte op vier grote spitsboognissen. De cilinder was met een zesdelig kloostergewelf(2) afgewerkt.

schetsen vierboete

(1) Het basisartikel over de Grote Vierboete vormt nog altijd: Degryse, deel 1, p.65 en vlg.(2) Ten minste te oordelen naar de restauratieplannen uit het eind van de 19de eeuw. Was dit in oorsprong een kruisribbengewelf?

Restauratieplan van de Grote Vierboete, eind 19de eeuw. De niet meer gebruikte vuurtoren (links) werd gerestaureerd en naar zijn oorspronkelijke toegang teruggebracht (rechts). De uitgebouwde balkons, hier bij de verbouwing van 1859 aangebracht, werden evenwel behouden.

 

Omstreeks 1477 werd op de toren een 10 m hoge bakstenen torenspits met vier gerichte schoorstenen geplaatst ter vervanging van de houten afdekking. Hiermede kreeg de grote Vierboete zijn kenmerkend silhouet, dat tot in de 20ste eeuw op prenten en foto's zou te zien zijn.

In de Vierboete werd vuur gestookt met glei en riet door de vierboeters of de boutefeux. Ze waren aangesteld en betaald door de stad.

Deze vuurtorens werden niet permanent in werking. De Vlaamse havens waren getijdenhavens, enkel toegankelijk tijdens de vloed. De vierboetes werden dan ook bij opkomende vloed ontstoken.

Riet werd aangewend omwille van de enorme rookontwikkeling. Hiermee werd kon ook tijdens de dag gestookt, waardoor de rookpluim van ver zichtbaar werd. De vlammen straalden doorheen de openingen in vier richtingen. Er waren er drie in de richting van de zee, namelijk in NW, N en NO- richting. Er was één opening in zuidelijke richting, dus in de richting van de stad.

Om de inplanting van de Grote Vierboete te begrijpen, moeten we dit geheel in het toenmalige landschap plaatsen.

De Grote Vierboete landinwaarts stond niet alleen, maar werkte in combinatie met een tweede vierboete aan de zeezijde. In lijn vormden ze een baken voor de aanlooproute van de IJzergeul. De monding van de IJzer had tot het begin van de 15de eeuw een andere configuratie. Aanvankelijk splitste de monding zich op in een estuarium met twee taken, die respectievelijk in westelijke en oostelijke richting liepen. De westelijke tak, in de bronnen het Vloedgat genoemd, was zeker reeds voor 1308 afgesloten door de dijk van de Groendijk, aangelegd om de Lenspolder te creëren. Het Vloedgat gaf zijn naam aan de vissersnederzetting van het latere Nieuwe Yde (vroegste vermelding 1246). De geul vormde tot in de 3de kwart van de 13de eeuw de toegang tot de havenstad Nieuwpoort Deze vissersnederzetting was uitgerust met een vierboete, (3) waarvan de stenen van de ruïne begin 15de eeuw aangewend werden voor de bouw van de Kleine Vierboete (zie verder).

(3) Blijkbaar waren ook de vissersnederzettingen of ydes gelegen aan de kustlijn met een vierboete uitgerust. Dit waren de vissershavens Oostende, Wenduine, Blankenberge en Heist. En dit te oordelen naar de kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus in 1561 en 1571.

De Grote Vierboete werd dus pas na de aanleg van de ringdijk rond de Lenspolder opgetrokken. De oostelijke tak, de latere Lombardsijdegeul, werd nu de eigenlijke haventoegang.
Als bouwplaats voor de Groote Vierboete was weloverwogen op de dijk van de Lenspolder en in de lijn van de vierboete opgericht aan de monding van bovengemelde Lombardsijdegeul.

  overzocht
 

Het landschap rond Nieuwpoort rond 1250

  overzicht
 

Het landschap rond Nieuwpoort ca.1300.
Met een sterretje zijn de mogelijke inplantingsplaatsen van de vierboetes aangeduid. De vissersdorpen Nieuwe Yde en Lombardsijde zijn groen aangeduid. Rood zijn de dijken.

 

Eind 14de eeuw vormde het volgende keerpunt in de uitbouw van de haveninfrastructuur. De 14de eeuw was immers bijwijlen een woelige periode, waarin het land werd geteisterd door wapengekletter en krijgsgewoel. In juni 1383 werd de haveninrichting van Nieuwpoort verwoest door een Engels expeditieleger, die het op de industriestad Ieper had gemunt.

overzicht
 

Het landschap rond Nieuwpoort ca.1430; De geleidelijn met de Sint-Laurentiustoren (onderaan) en de twee vierboetes.

 

Deze verwoesting genoodzaakte de aanleg van een nieuwe kunstwerken. Eén ervan was de aanleg van een nieuwe havengeul - de huidige havengeul - die in 1424 voltooid werd. De oude toegang, de Lombardsijdegeul, verloor hierdoor zijn betekenis en wordt in de daaropvolgende jaren geleidelijk afgedamd.
Reeds in 1414 was, met de uitbouw van de nieuwe geul in het vooruitzicht, de zogenaamde Kleine Vierboete opgericht. Voor de bouw ervan werd onder meer bouwmateriaal gerecupereerd van een vervallen vierboete aan de monding van het Vloedgat. De Kleine Vierboete toonde eenzelfde constructie als zijn grote broer. Het werd later uitgebouwd tot een kleine versterking en zelfs tijdelijk uitgerust met kanonnen, waardoor ze op het eerste gezicht indrukwekkender leek dan de oudere Grote Vierboete.

Het alignement van de Kleine Vierboete met de Grote Vierboete gaf de richting van de nieuwe havengeul naar de kades van Nieuwpoort aan. Een bijkomend maar wel merkwaardig gegeven is dat kon vastgesteld worden dat ook de Sint-Laurentiustoren (in oorsprong ruim 40 m hoog) zich op dezelfde lijn situeert en dus samen met de twee vuurtorens de richting van d Blijkbaar waren ook de vissersnederzettingen of ydes gelegen aan de kustlijn met een vierboete uitgerust. Dit waren de vissershavens Oostende, Wenduine, Blankenberge en Heist. En dit te oordelen naar de kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus in 1561 en 1571. en havengeul bepaalde.

 
  De oudste afbeelding van de Grote Vierboete (A) is afgebeeld op de pentekening van het waternet rond Nieuwpoort, ca.1416 (Brussel, Rijksarchief, Kaarten en Plannen, 6059).

Deze richting was weliswaar niet steeds gemakkelijk te bezeilen, maar leek voor de toenmalige scheepvaart - rekening houdende met de overheersende zuidwest- en noordoostenwinden - hoe dan ook de minst slechte oplossing. Dat deze geul tot op vandaag nog in gebruik is, is ongetwijfeld.

De haven van Nieuwpoort kende haar hoogbloei in de 15de eeuw. Ze gold niet alleen als voorhaven van de lakenstad Ieper, ze bood tevens toegang tot Zuid-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen. Als centrum van een ingewikkeld afwatersysteem en omwille van haar strategische ligging werd de stad herhaaldelijk belegerd.

De beide vierboeten loodsten talrijke zeevarende naties, al dan niet met goede bedoelingen naar de Nieuwpoortse haven. In 1588 ankerde de Spaanse Armada er voor de Vlaamse kust.

In de zomer van 1600 lagen zowel de stad als de Grote Vierboete midden in het krijgsgewoel van de Slag bij Nieuwpoort, het hoogtepunt van de militaire expeditie die Maurits van Nassau achter de Spaanse linies ondernam om onder meer het beleg van Oostende door de aartshertogen Albrecht en Isabelle te doorbreken. In de daaropvolgende jaren speelde de Grote Vierboete een betrouwbaar richtbaken voor de expedities van de Duinkerkse, Nieuwpoortse en Oostendse kapers.

In 1793 kreeg de Grote Vierboete te lijden onder het geweld van de Franse Revolutie en werd hierbij tot een ruïne gedegradeerd.

Vanaf de 19de eeuw werd zijn functie bovendien overgenomen door lichtschepen en signaalmasten. In die tijd maakte de stoomvaart opgang ten nadele van de eeuwenoude zeilvaart. De bouw van een nieuwe vuurtoren in 1891, dichter bij de zee maakte de oude vierboete definitief overbodig.

Vanaf 1858 werd de vierboete nu tot een vuurtoren omgewerkt. Het plateau werd terug voorzien van balkons voor de schouwen en op de top verrees een petroleumlicht, in feite een afdankertje van de vuurtoren van Oostende, die in 1860 van een nieuw licht uitgerust was.

Ondertussen kreeg het gebouw door de ‘Commission Royale des Monuments’ een klassering van 1ste klasse, waardoor een eventuele restauratie op staatstussenkomst kon rekenen. Wanneer de toren in 1888 definitief buiten gebruik wordt gesteld, vatte men het plan op de onverantwoorde aanpassingen uit 1858 weg te werken en de vierboete terug zijn oorspronkelijk uitzicht te geven.

Op 17 oktober 1914 werd de Vierboete bij het begin van het IJzeroffensief door het Belgische leger opgeblazen. Hiermee wilde de Belgische genie vermijden dat de Duitse artillerie de toren als oriëntatiepunt zou gebruiken. Archeologisch onderzoek wees uit dat de dynamietladingen in de oostzijde waren aangebracht. In deze toestand werd de Vierboete herhaalde malen gefotografeerd.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de toren niet meer heropgebouwd. De brokstukken die toen achterbleven, werden in 1930 opgeruimd en gebruikt bij de aanleg van de dienstwegen van de Kromme Hoek. De restanten die tot 1939 nog te zien waren, verdwenen onder diverse opspuitingen.

Het Instituut voor Archeologisch Patrimonium (IAP) van de Vlaamse Gemeenschap legde in 1996 een deel van de grondvesten van de Vierboete bloot. Tegen de verwachtingen in bleek het bouwwerk nog over een grote hoogte in opstand bewaard. De opspuiting van het terrein zorgde ervoor dat de opstand plaatselijk nog tot 2 m hoog bewaard bleef. Sindsdien is er niets meer gebeurd, enkel een veilige afbakening met rasterwerk.

Op opdracht van de stad maakte het architectenbureau Monument in Ontwikkeling, een Vlaams bureau voor projectontwikkeling in de monumentenzorg, begin 1998 reeds plannen om de ruïnes van de Vierboete op te nemen in een lichte constructie van gelaagd glas en metaal. Dit plan werd niet uitgevoerd en de put gedempt.

restanten vierboete  

Sinds de toevallige ontdekking van de werken op de Kromme Hoek bij de Vlotkom in maart 2023, waarbij een brokstuk van de verdwenen “Groote Vierboete’ blootgelegd werd en de bekendmaking van dit voorval aan de stedelijke overheid en aan Erfgoed Vlaanderen en de reactie van de Vrienden van het Patrimonium Nieuwpoort naar de concessiehouder van dit areaal in april 2023 volgde een hele procedure om een ‘aanduiding’ te plaatsen op de plaats waar de site gelegen is.


  infobord  

Infobord
Twee jaar later, meer bepaald op 21 maart 2025, werd door de technische dienst van de stad Nieuwpoort een infobord geplaatst.

De tekst op het bord luidt:

Onder dit grasveld werden in april 1996 door een team archeologen onder leiding van Marc Dewilde de fundamenten blootgelegd van een uniek monument, een 30 meter hoge vuurtoren of vierboete. De zeskantige bakstenen toren had een diameter van 8 meter. Het bouwwerk werd opgericht op het einde van de dertiende eeuw, omstreeks 1280.

MARITIEM IJKPUNT

Naast zijn technologische en cultuurhistorische waarde kan dit monument tevens symbool staan voor een groot economisch verleden. De Grote Vierboete stamt immers uit een periode waarin handelaars uit het Duitse noordencontacten aanknoopten met het welvarende Vlaanderen. Het vuurbaken moest ervoor zorgen dat hun schepen zonder problemen veilig onze haven bereikten. Zo gold de Vierboete als cruciaal onderdeel van de middeleeuwse kustbebakening ten behoeve van de internationale handelscontacten over zee. Aanvankelijk werd met riet en stro gestookt, waarbij het licht doorheen vensters uitstraalde in drie verschillende richtingen. Later kwam een petroleumlicht in de plaats. Deze glazen lampbekroning werd op het einde van de negentiende eeuw bij een restauratie weggenomen. De toeren kreeg daarbij zijn oorspronkelijke spits terug.
Op enige afstand zeewaarts van de stenen Grote Vierboete bevond zich een tweede, oorspronkelijk in hout opgetrokken vuurtoren: de Kleine Vierboete. Samen vormden ze een perfecte geleidingslijn om schepen veilig door de smalle havengeul te loodsen. De Kleine Vierboete werd in 1415 heropgebouwd in steen, in 1477 werden de spitsen toegevoegd. Uiteindelijk verdween de Kleine Vierboete in het strijdgewoel van het einde van de 18de eeuw.
De Grote Vierboete, die in 1863 nog als monument geklasseerd werd, zou op 18 oktober 1914 door eigen Belgische genietroepen worden gedynamiteerd. De toren was een te mooi richtpunt voor de Duitsers.

De aangeleverde basistekst van de Vrienden Patrimonium Nieuwpoort komt niet helemaal overeen met de tekst op het bord: er is in 1863 géén sprake van klassering, de dynamitering was op 17 oktober en de ‘bescherming als monument’ dateert van 31 maart 2001.

Sanderus

Tenslotte nog een weetje: bij de opmaak van de Flandria Illustrata zond Sanderus enkele gereputeerde tekenaars uit voor de registratie van de stadsplattegronden en -profielen.
De tekenaar Vedastus du Plouich nam Nieuwpoort voor zijn rekening(5). Voor de stadsplattegrond nam hij het schilderij van de Slag van Nieuwpoort vervaardigd in 1604, dat toen opgehangen was in het Nieuwpoortse stadhuis. Dit werk bleef bewaard.
Voor de opname het stadsprofiel beklom Vedastus de Grote Vierboete en realiseerde van hieruit het stadsgezicht op Nieuwpoort.

(5) Sanderus, A., Flandria Illustrata, 1641-1644, deel 2, p.634-635.