SCHEEPSWERF JOZEF PROVOOST

Scheepswerf Jozef Provoost

De laatste scheepswerf te Nieuwpoort. (1)

     Als vissershaven heeft men te Nieuwpoort altijd scheepswerven gekend. Met de sluiting evenwel van de werf Jozef Provoost (Oostende 1894 -1963) in 1947 werd nochtans een einde gesteld aan een eeuwenlange traditie.
Scheepswerven voor houten vaartuigen, na 1900, te Nieuwpoort waren ondermeer de werf René Aesaert, de werf Denye (waarvan het bedrijf verder werd gezet in Oostende), de werf Leon Dutrieue, de werf Hillebrant (welke eveneens uitweek naar Oostende), de werf Emiel Vandenabeele en in mindere mate de werf L. Vanderhaeghe (2).
Zoals gezegd werd de werf van Jozef (Tsjeppen) Provoost -te Nieuwpoort evenwel beter bekend onder zijn ..lapjesnaam " Schele Provoost (hij had bij een ongeval een oog verloren) de allerlaatste in de rij.
Zijn vader Henri Provoost was timmerman van beroep, afkomstig uit Nieuwpoort doch uitgeweken naar Oostende. Zijn specialiteit was het vervaardigen van het timmerwerk van “torentjes ", iets waarmee elk burgerhuis met allure in die tijd pronkte. Dergelijke " torens " werden in de vorige eeuw vooral door rondreizende timmerlui vervaardigd.
      Precies aan dergelijke rondtrekkende timmerlieden had vader Henri eveneens deze " specialiteit " aangeleerd. Zo zou hij o.m. de torens vervaardigen van het "Grand Hotel" te Nieuwpoort-Bad.
     Toen de eerste wereldoorlog uitbrak belandde de familie Provoost in Glasgow, waar Henri werk vond op een scheepswerf.
     In 1922 kwam Henri Provoost zich in Nieuwpoort vestigen, alwaar hij een timmerbedrijf in de Valkenstraat opende. Meteen waagde hij zich aan de bouw van roeibootjes en jollen, wijl hij ook herstellingen aan vissersvaartuigen uitvoerde.
    Op het einde der twintiger jaren trok zoon Jozef gehuwd met een Schotse (familienaam Joyce) welke belangstelling kreeg voor het scheepbedrijf naar de VSA, waar hij op een scheepwerf de " stiel" leerde.
     Bij zijn terugkeer in Nieuwpoort, medio dertiger jaren, kocht hij het bedrijf van wijlen timmerman Heughebaert.
     In 1938 ging dan de Scheepswerf Jozef Provoost, p.a. Hoogstraat 17 van start.

Volgens Michel Vercouter zou het eerste vaartuig gebouwd zijn aan de kaai ter hoogte van de Astridlaan.

liggingsplan scheepswerf

    De werf werd opgericht vlakbij de aangekochte zagerij van Jules Huyghebaert en Zonen, bij de Veurnevaart, ter hoogte van het Veurne-sas alwaar tevens een " bacardene ., (steiger} stond.  De werf stond deels op private grond, deels op stads- en staatsgrond. Dit laatste gebeurde toen een " helling ., werd uitgegraven voor het aanleggen van een " slede ", om de tewaterlating te vergemakkelijken.

 

     planDe plannen van de vaartuigen werden getekend door broer Pierre Provoost, politieagent te Nieuwpoort, dit veelal naar de ontwerpen van scheepvaartdeskundige Schilsky, een Brusselaar van Poolse afkomst. Het tekenen van de plannen gebeurde op " boter-papier " en op ware grootte. Alles werd nadien uitgesneden en " uitgelegd ", zoals een puzzel, op de grond. Dit gebeurde ofwel in de sprotfabriek Carbonez of in de danszaal " Parnasse .', Hoogstraat 17.

    Bijzonder veel aandacht diende te worden besteed aan de tekeningen van de kiel en de ribben, die stuk voor stuk op waarachtige breedte, lengte en dikte dienden te zijn.
     De lengte van de vaartuigen bedroegen zowat 12 a 13 meter. De vaartuigen door Jozef Provoost vervaardigd hadden de reputatie een “.hennegat " te hebben, wat het korren vergemakkelijkte.
     Pierre Provoost die mettertijd een flinke vaardigheid in het tekenen verwierf, zou dan ook dank zij deze beroepsbekwaamheid zich later kunnen opwerken tot algemeen leider van de stedelijke technische dienst te Nieuwpoort, in welke functie hij ondermeer het Olympisch Stedelijk Zwembad ontwierp. Hoe een dubbeltje rollen kan !
     De twee voornaamste werknemers waren ontegensprekelijk René en Frans Vandenabeele (hadden hun stiel geleerd op de werf Emiel Vandenabeele) welke de " ribbe-makers "en de kielleggers waren. De planken van de scheepsgang werden steeds volgens eeuwenoude traditie op cokes " gebrand " en gebogen " onder rook en vuur .
Andere werknemers waren nog: Willy Beschuyt, Karel Dutrieu, Maurits Deman, Jozef Verhegge, Henri Popeye, Karel Geryl, Henri Vermote, enz.

branden van planken   klinknagels slaan

vissersvaartuig in opbouw       De werf stelde zowat een twintigtal personen tewerk.
   De boekhouding werd bijgehouden door Julien Eerdekens, leraar aan de Rijksmiddelbare School Nieuwpoort.
   Het scheepshout werd aangekocht bij een firma uit Eernegem, welke haar hout betrok uit Finland. De vrachten werden te Nieuwpoort aangevoerd met " paard en kar ".
         De planken werden, eenmaal gezaagd, " tussen gat en wind " gewinddroogd. Bij het opstapelen werd er dan ook over gewaakt dat met behulp van stukjes hout voldoende tussenruimte tussen elke plank werd gelaten. De tewaterlating gebeurde in het begin ter hoogte van de nog steeds bestaande gasketel, waar het kanaal Veurne- Nieuwpoort ietwat breder is. Het vaartuig werd, niet zonder risico's, in de vaart " geworpen ". Vooraf werd het vaartuig naar deze plaats gesleept, met behulp van paarden en mankracht. Daartoe werd het vaartuig op een " duveltje " gezet. Dit was een soort wagentje, met twee zeer brede (50 cm) en met ijzeren banden beslagen wielen (hoogte: zowat 30 cm), verbonden door een U-vormige as waarin het schip was geschoven.
     Later, toen de scheepshelling bij de " zate "-plaats (werf) was uitgegraven, maakte men uiteraard gebruik van een " slee " (slede), welke vooraf met bruine zeep werd ingewreven.

tewaterlating van een garnaalvaartuig

     Na de tewaterlating diende de motor nog te worden geplaatst, veelal van het merk A.B.C., en moest de mast worden geplaatst. Ook voor het kappen van de mast stonden normaal Frans en René Vandenabeele in.
    Nog een karwei, na de tewaterlating, was het gieten van de ballast. Hiervoor maakte men gebruik van betonspecie, maar ook soms van zand. Stippen wij nog aan dat op de scheepswerf zelf, de klinknagels en bouten werden vervaardigd.
    Opmerkelijk was wel dat bij de tewaterlating de naam van het vaartuig reeds vermeld stond, gezien de registratie bij de Waterschoutdienst normaal reeds enige dagen vooraf was gebeurd. Even merkwaardig was wel het feit dat elke reder nadrukkelijk een kruis voor zijn nieuw vaartuig vroeg, en steevast leverde Jozef Provoost een koperen kruisje.
     De eigenlijke afbetaling van het schip, gewoonlijk in schijven, gebeurde voor de eerste maal na de " maidentrip ", toen wel degelijk bleek dat het schip zeewaardig was.
Gevolge allerlei oorlogsomstandigheden, zo begon de levering van scheepshout mank te lopen, werd in 1943 alle bedrijvigheid op de werf Provoost stilgelegd.
     In 1945 werd, opnieuw van start gegaan. Een gewijzigd tijdsbeeld, o.m. de vraag naar grotere vaartuigen, de grote concurrentie van de scheepswerven te Oostende, vormden bijna onoverkomelijke moeilijkheden .Jozef Provoost probeerde dan ook zijn werf over te brengen naar het Kattesas, waardoor het varen doorheen de sluizen in de achterhaven zou vermeden worden. Van overheidswege kreeg hij evenwel hiervoor geen toelating. In 1947 gaf Jozef Provoost dan ook de brui aan de scheepsbouw.

Schepen gebouwd op deze werf:

1941:   N.97 “Thérèse”           3,32 netto-tonnemaat
            N.708 “Piere Jean”     4,75 netto-tonnemaat
            N.771 “Elise”              3,37 netto-tonnemaat

1942 :  N.783 “Anne-Marie”   7,06 netto-tonnemaat
            N.803 “Ster der Zee”  9,59 netto tonnemaat

1943:   N.807 “Suzette”          8,82 netto-tonnemaat

1945 :  N.702 “Angèle-Louise”
            N.711 “Robert Clara”
            N.804 “Vijf Gebroeders”

Bronnen :
(1) Alle gegevens werden verteld door mevr. wed. Pierre Provoost- Beschuyt en haar zoon Henri.
(2) Volgens " Vlaamse Visserij en Vissersvaartuigen " van Gaston en Roland Desnerck, blz. 99.
(3) Ondermeer naar de gegevens in " Lijst der Belgische Vissersvaartuigen 1955 ".
Redaktieleider- eigenaar: Edmond Pirsch, De Panne.
Het weekblad werd te Oostende gedrukt. Prijs per nummer: 75 centiem.

bron: tijdschrift "Bachten de Kuppe" - 1979 en 1980 - J. BEUN
         boek "Nieuwpoort die Goldene Stadt" J. BEUN 
         www.kunstschatten.be - foto's